Componisten/uitvoerenden: Krzysztof Meyer | Mieczyslaw Weinberg
Opnametechniek: Wijnand de Groot
Vernieuwen doen deze sonates niet. Voor zichzelf spreken wel.
De cello zal niet gauw afkomen van zijn rol als zwaarmoedig solo-instrument. Allemaal kennen we de films waarin de cello begint te spelen zodra er iemand doodgaat. De grote expressie die je in een strijkinstrument kunt leggen gaat samen met een warme, matte klankkleur. Cellisten zullen er niet over zeuren: die zijn allang blij dat ze een keer niet tot het spelen van baslijnen veroordeeld zijn.
In dit recital horen we twee cellosonates uit het Oostblok. De joods-Pools-Russische (je kunt maar een gelaagde identiteit hebben!) componist Mieczysław Weinberg (1919-1996) was een tijdgenoot en geestverwant van Sjostakovitsj. Zijn muziek is er ook zeker naar: alles draait bij hem om de spanning tussen traditionele, begrijpelijke muziek en de wil om toch vooral met een eigen stem te spreken. Zijn Tweede cellosonate stamt uit 1959. Dat is de tijd van Chroesjtsjov. Diens dooi leidde nog niet meteen tot een bloei aan knalmoderne muziek. De cultuur van kunst voor het proletariaat was diep verankerd. Deze sonate lijkt opvallend weinig problemen te hebben met het politieke schoonheidsideaal. Het is sierlijke muziek, die alleen in subtiele dingen laat merken dat ze uit de twintigste eeuw stamt.
Krzysztof Meyer (*1943) begon als discipel van de avant-garde. In Polen was dat mogelijk; daar werd de kunst niet zo aan banden gelegd als in de communistische landen. Niettemin gooide hij later het roer om. In de jaren tachtig ging hij zo toegankelijk componeren dat hij soms bijna als Haydn klonk! Zijn Tweede cellosonate uit 2004 is iets pittiger. Qua idioom zitten we in de buurt van Sjostakovitsj en andere Russen. Dat bewijst maar weer dat deze stijl niet alleen onder politieke druk kan bestaan. Ook als de staat zich niet met kunst bemoeit, heeft deze muziek alle bestaansrecht.